Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
envergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
(EVRM) heeft plaatsgevonden, wat leidt tot een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. De raadvrouw voert daarbij aan dat het enkel openbaren van ‘stills’ van de camerabeelden met daarop afgebeeld de verdachten voldoende was geweest om de opsporing te bevorderen. Doordat het Openbaar Ministerie de bewegende camerabeelden heeft geopenbaard zijn volgens de raadsvrouw de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit geschonden en heeft de verdachte nadeel ondervonden. Om die reden meent de raadsvrouw dat strafvermindering gerechtvaardigd is. Verder heeft de raadsvrouw gesteld dat de uitgebreide media-aandacht in zijn algemeenheid ook tot nadeel voor de verdachte heeft geleid, waardoor hij voor strafvermindering in aanmerking komt.
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
66 (zesenzestig) MAANDEN;