Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij referent op 10 oktober 2022. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist, waarop eiseres op 11 mei 2023 een ingebrekestelling heeft gedaan en daarna beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De staatssecretaris verzocht om een beslistermijn van twintig weken vanwege herstelverzuim en nader onderzoek, maar eiseres stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals haar zwangerschap en de situatie van referent in Ethiopië, een kortere termijn rechtvaardigen.
De rechtbank volgt eiseres en stelt vast dat de maximale beslistermijn van negen maanden reeds is verstreken zonder bijzondere omstandigheden die verlenging rechtvaardigen. Gezien de kwetsbaarheid van eiseres en praktische overwegingen legt de rechtbank een beslistermijn van acht weken op.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 op voor overschrijding van deze termijn. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €837 en het griffierecht van €184 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier R.P.H. Evers op 24 juli 2023 te Arnhem.