ECLI:NL:RBDHA:2023:11394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen onrechtmatige bewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag heeft op 25 juli 2023 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken NL23.19841 en NL23.19842 betreffende de maatregelen van bewaring opgelegd aan eiseressen op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had deze maatregelen op 22 juni 2023 opgelegd en op 3 juli 2023 opgeheven. De rechtbank beoordeelde de beroepen van eiseressen tegen deze besluiten en de verzoeken om schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 30 juni 2023, zoals eerder bevestigd in een uitspraak over de echtgenoot/vader van eiseressen. De maatregelen waren echter niet onrechtmatig vanaf het begin op 22 juni 2023. Omdat de staatssecretaris de schadevergoeding voor de periode van 30 juni tot 3 juli 2023 reeds had aangeboden, wees de rechtbank de verzoeken om schadevergoeding af.
De rechtbank oordeelde dat het instellen van het beroep overbodig was omdat de staatssecretaris de maatregelen al had opgeheven en de schadevergoeding had toegezegd. Daarom was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank concludeerde dat de beroepen gegrond zijn, de bewaring onrechtmatig was vanaf 30 juni 2023, maar dat de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 30 juni 2023, maar wijst de verzoeken om schadevergoeding af.