ECLI:NL:RBDHA:2023:11480
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser een verzoek om internationale bescherming in Duitsland heeft ingediend, en dat de enkele ontkenning van eiser onvoldoende is om hiervan af te wijken. Ook als eiser geen asielaanvraag in Duitsland zou hebben ingediend, zou Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zijn geweest.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen voorzieningen kreeg en racistisch werd bejegend, maar de rechtbank stelt dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het persoonlijke relaas van eiser is onvoldoende om dit te doorbreken.
Verder wijst de rechtbank het beroep af dat de staatssecretaris op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro de asielaanvraag toch had moeten behandelen vanwege het recht op familieleven (artikel 8 EVRM Pro). De Dublinprocedure is niet bedoeld voor reguliere verblijfsrechtelijke toetsingen en eiser heeft de medische situatie van zijn echtgenote onvoldoende onderbouwd. De staatssecretaris heeft het besluit terecht genomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.