ECLI:NL:RBDHA:2023:11498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet tijdig ingediend leidt tot niet-ontvankelijkheid
Eiser diende bezwaar in tegen een besluit van 28 november 2022, maar het bezwaarschrift werd pas op 17 januari 2023 ontvangen, na de wettelijke termijn van zes weken die eindigde op 9 januari 2023. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Eiser voerde aan dat hij de beschikking niet had ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet betekent dat de termijnoverschrijding hem niet is toe te rekenen.
De rechtbank benadrukte dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat de beschikking niet op het juiste adres was ontvangen. De verwijzing naar uitspraken waarin het bestuursorgaan zorg moet dragen voor de aankomst van berichten was onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. Verweerder had een deugdelijke verzendadministratie en het vermoeden van correcte verzending was niet ontzenuwd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en niet inhoudelijk behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn en griffier F.J.M. van den Berg op 14 augustus 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van het bezwaarschrift.