Eiseres heeft op 12 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft zij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 mei 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 6 juni 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Gezien de verstreken termijn en het ontbreken van een besluit verklaart de rechtbank het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval. Omdat het dossier mogelijk nog niet compleet is, krijgt de verweerder een termijn van acht weken om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50 ten laste van de verweerder. De rechtbank wijst het beroep toe en beveelt spoedige besluitvorming.