ECLI:NL:RBDHA:2023:11559
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 16 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn van zes maanden met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 9 mei 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 6 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn pas op 16 november 2023 verstrijkt. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de wettelijke vereisten en is het kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de verlenging van de beslistermijn door het WBV 2022/22 als rechtsgeldig werd bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen zes weken een verzetschrift kan indienen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuriteit.