Eiser, met Griekse en Albanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat Albanië als veilig land van herkomst geldt. De moeder van eiser kreeg eveneens geen asielvergunning. De staatssecretaris legde een terugkeerbesluit op aan eiser om terug te keren naar Albanië.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar het verblijfsrecht van eiser als Unieburger. Het terugkeerrichtlijn is niet van toepassing op Unieburgers, en het terugkeerbesluit is daarom onrechtmatig. De rechtbank verwijst naar het arrest Zhu en Chen, dat bevestigt dat een minderjarige Unieburger onder bepaalde voorwaarden rechtmatig verblijf heeft.
De rechtbank vernietigt het terugkeerbesluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Proceskosten worden niet toegekend aan eiser vanwege samenhang met de zaak van zijn moeder.