ECLI:NL:RBDHA:2023:11610
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende op 23 augustus 2022 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 23 februari 2023 eindigen, maar door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 is deze termijn met negen maanden verlengd tot 23 november 2023. Verzoeker stelde op 13 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen, maar dit beroep was prematuur en dus niet ontvankelijk.
Op 11 mei 2023 nam de staatssecretaris alsnog een inwilligend besluit op de aanvraag. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat het beroep niet ontvankelijk was.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door een geldige verlenging van de beslistermijn.