Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld wegens afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 19 juli 2023.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de bodemzaak werd het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op €837, de kosten voor het indienen van het verzoekschrift. Andere kosten werden niet vergoed.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten.