ECLI:NL:RBDHA:2023:11696

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 juli 2023
Publicatiedatum
4 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.17011
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in asielzaak

Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld wegens afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 19 juli 2023.

Bij uitspraak van dezelfde dag in de bodemzaak werd het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op €837, de kosten voor het indienen van het verzoekschrift. Andere kosten werden niet vergoed.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17011
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.17010, op 19 juli 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.17010, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt
€ 837,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 juli 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.