ECLI:NL:RBDHA:2023:11704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor was dat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met andere zaken op 31 juli 2023 behandeld. Op dezelfde dag is door de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak betreffende deze beroepen. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig geworden en is dit verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.