ECLI:NL:RBDHA:2023:11719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt dat Nederland terecht de aanvraag niet in behandeling neemt, aangezien Duitsland het verzoek tot terugname heeft aanvaard en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft aangevoerd dat Duitsland niet voldoet aan Europese normen, onder meer vanwege racisme, ontoereikende rechtsbijstand en overbelasting door eerdere asielinstromen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete en algemene informatie heeft geleverd die aantoont dat het Duitse asiel- en opvangsysteem fundamenteel tekortschiet en dat hij daardoor een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Ook is niet gebleken dat klagen bij Duitse autoriteiten zinloos zou zijn. De vermeende verschillen in cijfers over overgedragen vreemdelingen leiden niet tot de conclusie van willekeur.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.