ECLI:NL:RBDHA:2024:5481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die de Nederlandse staatssecretaris niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen dit besluit.
Eiser voerde aan dat hij onzorgvuldig is behandeld omdat geen medisch onderzoek is gedaan voorafgaand aan het aanmeldgehoor, terwijl hij kampt met een aandoening. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat eiser zelf bevestigde in staat te zijn het gehoor te ondergaan en geen medische stukken zijn overgelegd die het tegendeel bewijzen.
Verder beroept eiser zich op een recent arrest van het Hof van Justitie van de EU waarin is bepaald dat de staatssecretaris rekening moet houden met een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling bij overdracht. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen reëel risico bestaat dat eiser in Duitsland onmenselijk wordt behandeld en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke gronden zijn afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Wassink en griffier L.J. van der Veen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.