ECLI:NL:RBDHA:2023:11731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Liberiaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 16 juni 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds op 28 juni 2023 getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld tot 21 juni 2023.
In deze procedure richt het beroep zich op de periode na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser betoogt dat de maatregel onterecht is gebaseerd op meerdere grondslagen uit artikel 59b, met name omdat zijn identiteit en nationaliteit geloofwaardig zijn vastgesteld en hij zijn asielaanvraag niet louter indient om terugkeer te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de maatregel terecht mede steunt op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, en dat de aangevoerde bezwaren tegen de andere grondslagen niet slagen.
De rechtbank ziet geen reden om de maatregel onrechtmatig te achten gedurende de te toetsen periode en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.