ECLI:NL:RVS:2023:1291
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering noodzaak identiteitsvaststelling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 8 februari 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat de bewaring noodzakelijk was voor de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De staatssecretaris baseerde zich op eerdere geloofwaardige verklaringen en geregistreerde identiteitsgegevens, maar kon niet aantonen dat er twijfel bestond over de identiteit die de bewaring rechtvaardigde.
De bewaring werd na afwijzing van de asielaanvraag voortgezet op een grond die niet langer van toepassing was, waardoor de bewaring vanaf 19 februari 2023 onrechtmatig werd. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe van €1.300,00 voor de periode van 19 februari tot en met 3 maart 2023. Tevens worden proceskosten van €2.511,00 aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Bewaring vreemdeling onrechtmatig verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en schadevergoeding toegekend.