ECLI:NL:RBDHA:2023:11737

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
7 augustus 2023
Zaaknummer
C/09/648819 / JE RK 23-1184
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265h BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor traumabehandeling minderjarige en betrekken school

De zaak betreft een verzoek van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering om vervangende toestemming te verkrijgen voor een traumabehandeling van een minderjarige, die slachtoffer was van huiselijk geweld. De behandeling vindt plaats bij Jeugdformaat en omvat ook betrokkenheid van de school van de minderjarige. De vader weigert toestemming te verlenen voor het betrekken van de school, waardoor de behandeling stagneert.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de problematiek van de minderjarige medisch van aard is en dat er sprake is van ernstig gevaar voor zijn psychische gezondheid en ontwikkeling. De gecertificeerde instelling heeft de noodzaak van de behandeling en de betrokkenheid van de school voldoende onderbouwd. De vader is herhaaldelijk uitgenodigd voor overleg maar is niet verschenen en blijft weigeren toestemming te geven.

Op grond van artikel 1:265h BW verleent de kinderrechter vervangende toestemming aan de gecertificeerde instelling voor de traumabehandeling en het betrekken van de school. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor traumabehandeling en betrekken van de school ondanks weigering vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/648819 / JE RK 23-1184
Datum uitspraak: 3 augustus 2023

Beschikking van de kinderrechter

Vervangende toestemming medische behandeling

in de zaak naar aanleiding van het op 13 juni 2023 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:
- [naam01]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] ,
- [naam02]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige02] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam03] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts, gevestigd te [vestigingsplaats01] ,

[naam04] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] .

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 5 juli 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank is het ter zitting gewijzigde verzoek tot vervangende toestemming voor het verrichten van een medische behandeling bij [minderjarige01] en [minderjarige02] aangehouden tot deze zitting.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- voornoemde beschikking d.d. 5 juli 2023;
- het verzoekschrift met bijlagen;
- de e-mail met aanvullende informatie en bijlagen van de gecertificeerde instelling d.d. 24 juli 2023.
Op 3 augustus 2023 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
- meneer [naam05] namens de gecertificeerde instelling;
- de advocaat van de moeder.
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen zijn de vader en de moeder niet ter zitting verschenen.

Verzoek

Het gewijzigde verzoek strekt ertoe dat de rechtbank vervangende toestemming verleend voor medische behandeling van [minderjarige01] op grond van artikel 1:265h BW. Deze medische behandeling betreft traumabehandeling bij Jeugdformaat, waarbij ook de school van [minderjarige01] betrokken wordt.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige01] is in het verleden getuige en slachtoffer geweest van huiselijk geweld. De traumagerelateerde klachten zijn van invloed op het schoolse functioneren, het aangaan en onderhouden van sociale contacten en het zelfbeeld. [minderjarige01] laat gedragsproblemen zien op school. Hij wordt snel boos en onrustig. Sinds november 2022 is de traumabehandeling voor beide kinderen gestart vanuit het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET JB). De betrokken orthopedagoog is mevrouw [naam06] van Jeugdformaat. In het behandelplan is het volgende opgenomen: eerst wordt er zicht verkregen op de gedachten, gevoelens en het gedrag van [minderjarige01] . Vervolgens word bekeken op welke herinneringen EMDR ingepland wordt. [minderjarige01] heeft aangegeven graag op school te willen afspreken met de betrokken behandelaar, zodat de drempel voor hem verlaagd wordt. Vanuit de school is het daarnaast wenselijk dat zij te werk gaan met een trauma sensitieve aanpak, waarbij overleg met de betrokken behandelaar mogelijk is. De vader weigert toestemming te verlenen aan Jeugdformaat om de school van de kinderen te betrekken bij de traumabehandeling. De behandeling van [minderjarige01] stagneert hierdoor. Er zijn meerdere pogingen gedaan om met de vader in gesprek gegaan en hem bij de behandeling te betrekken.
Namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De advocaat van de moeder heeft ter zitting herhaald dat de moeder een procedure is gestart om belast te worden met het eenhoofdig ouderlijk gezag.

Beoordeling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.
De kinderrechter is van oordeel dat de gecertificeerde instelling kan worden ontvangen in haar gewijzigde verzoek. De kinderrechter onderschrijft de zorgen van de gecertificeerde instelling. [minderjarige01] heeft in het verleden veel meegemaakt in de thuissituatie bij de ouders. Hij vertoont diverse signalen die wijzen op trauma. Deze belemmeren hem in zijn (schoolse) functioneren. Uit het voorgaande concludeert de kinderrechter dat er bij [minderjarige01] sprake is van problematiek die als medisch wordt aangemerkt. De orthopedagogische behandeling in de vorm van cognitieve gedragstherapie en traumatherapie betreft hierdoor een medische behandeling. Er is er sprake van een ernstig gevaar voor de psychische gezondheid van [minderjarige01] en zijn ontwikkeling, omdat de traumabehandeling op dit moment vastloopt door het ontbreken van de toestemming van de vader. De kinderrechter is van oordeel dat de gecertificeerde instelling de noodzaak van de medische behandeling en het belang om de school hierbij te betrekken, voldoende heeft onderbouwd. De vader heeft aan de gecertificeerde instelling sedert maart van dit jaar herhaaldelijk te kennen gegeven dat hij niet wil dat de school van [minderjarige01] betrokken wordt bij de behandeling en dat hij daarover in gesprek wil. De gecertificeerde instelling heeft de vader daarna steeds uitgenodigd voor een gesprek, waarop hij niet is verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen zonder bericht niet is verschenen op de zittingen van 5 juli 2023 en 3 augustus 2023. Het standpunt van de vader zoals hij dat te kennen heeft gegeven aan de gecertificeerde instelling, maakt dat niet anders.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent op grond van artikel 1:265h BW toestemming aan Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, daarmee vervangende de toestemming van de vader, voor de medische behandeling van [minderjarige01] , inhoudende traumabehandeling bij Jeugdformaat en het betrekken van de school hierbij;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2023 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Smolders als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.