ECLI:NL:RBDHA:2023:11814
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning gezinslid
Verzoekers, allen van Nigeriaanse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij hun moeder. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag in december 2021 af en handhaafde deze afwijzing in een besluit van mei 2023.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met het beroep op 19 juli 2023. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde het bestreden besluit.
Op grond daarvan werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoekers tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland mogen worden verwijderd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.674,00 aan verzoekers.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Verzoekers mogen tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland worden verwijderd en de staatssecretaris moet proceskosten betalen.