ECLI:NL:RBDHA:2023:1183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 6 december 2022 de maatregel nog rechtmatig was.
Eiser stelde dat vanwege de diplomatieke verhoudingen tussen Nederland en Marokko en het geringe aantal afgegeven laissez-passers geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De rechtbank volgde dit niet en stelde vast dat de staatssecretaris op 27 oktober 2022 een traject tot afgifte van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten is gestart. Ook verwees de rechtbank naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die het zicht op uitzetting bevestigde.
Verder werd meegewogen dat eiser nooit een paspoort heeft gehad, illegaal de grens is overgestoken en niet meewerkt aan vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit. De rechtbank oordeelde dat van eiser mag worden verwacht dat hij actief meewerkt aan zijn terugkeer, waaronder het zorgdragen voor een reisdocument.
Gelet op deze omstandigheden en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 zag de rechtbank geen reden om de voortzetting van de maatregel onrechtmatig te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.