ECLI:NL:RVS:2019:2672
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring wegens weigering medewerking aan uitzetting naar Marokko
De vreemdeling werd op 7 maart 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het ontbreken van medewerking aan zijn uitzetting naar Marokko. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling zijn plicht tot medewerking aan uitzetting niet nakomt door te weigeren zijn originele paspoort te overleggen, waardoor de uitzetting wordt gefrustreerd. De staatssecretaris had bovendien herhaaldelijk contact met de Marokkaanse autoriteiten gehad over de laissez-passer aanvraag.
De rechtbank had onvoldoende gewicht toegekend aan deze medewerkingsplicht en de inspanningen van de staatssecretaris. Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 2 augustus 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd wegens weigering medewerking aan uitzetting.