ECLI:NL:RBDHA:2023:11850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens te late indiening en geloofwaardigheidstoets
Eiser, een Libische staatsburger, diende op 18 november 2022 een asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege zijn Tarhuna-afkomst en familiegeschiedenis gevaar loopt in Libië. De aanvraag werd op 1 mei 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in, maar dit werd te laat ingediend, namelijk op 26 mei 2023, terwijl de beroepstermijn één week bedroeg.
De rechtbank beoordeelde of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, maar oordeelde dat de beroepstermijn duidelijk was vermeld in het besluit en dat het ontbreken van reactie op navraag hierover niet tot verschoonbaarheid leidde. Vervolgens werd getoetst of Bahaddar-omstandigheden aanwezig waren die een uitzondering op de termijnregel rechtvaardigen om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen.
De rechtbank voerde een zelfstandige beoordeling uit van de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas en concludeerde dat de gestelde problemen ongeloofwaardig waren. Dit was gebaseerd op inconsistenties in verklaringen, gebrek aan onderbouwing met documenten, en het feit dat eiser eerder probleemloos naar Nederland en terug naar Libië reisde. De rechtbank vond het standpunt van verweerder dat geen reëel risico op ernstige schade bestaat niet evident onjuist.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden en zonder dat Bahaddar-omstandigheden zich voordeden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en de geloofwaardigheidstoets is niet evident onjuist bevonden.