ECLI:NL:RVS:2022:1664
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Bahaddar-omstandigheden bij afwijzing asielverzoek atheïstische Iraakse vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een Iraakse vreemdeling tegen de afwijzing van zijn vierde asielaanvraag gegrond verklaarde. De vreemdeling stelde dat hij als afvallig moslim en atheïst vervolging bij terugkeer naar Irak vreest. Hoewel de staatssecretaris zijn afvalligheid en atheïsme geloofwaardig achtte, wees hij de aanvraag af omdat volgens hem geen aannemelijk risico op vervolging bestond.
De rechtbank oordeelde dat het risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro niet kon worden uitgesloten, mede omdat de vreemdeling zijn overtuiging niet actief uitdraagt maar ook niet zal verzwijgen als er expliciet naar wordt gevraagd. De rechtbank stelde dat nader feitelijk onderzoek nodig is naar de situatie van atheïsten en afvallige moslims in Irak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak en gaat uitgebreid in op de toepassing van het arrest Bahaddar, dat bepaalt onder welke omstandigheden nationale procedureregels buiten toepassing kunnen blijven vanwege bijzondere feiten of omstandigheden die het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro aannemelijk maken. De Afdeling benadrukt dat de drempel voor een geslaagd beroep op artikel 3 EVRM Pro hoog is, maar dat de staatssecretaris in dit geval onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het risico voor de vreemdeling, met name in relatie tot familie en sociale omgeving. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.