ECLI:NL:RBDHA:2023:11887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering per 22 november 2022 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zij heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de uitkering voorlopig te laten doorlopen.
De voorzieningenrechter heeft verzoekster verzocht het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Verzoekster stelde dat zonder de uitkering haar vaste lasten en levensonderhoud niet betaald kunnen worden en dat een bijstandsaanvraag gevolgen zou hebben vanwege de illegale verblijfstatus van haar partner.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een acute financiële noodsituatie, zoals dreigend verlies van woning of afsluiting van nutsvoorzieningen. Tevens heeft zij geen bijstandsuitkering aangevraagd, terwijl dat mogelijk is en zou kunnen voorzien in haar kosten van bestaan.
Daarom is het spoedeisend belang niet aannemelijk gemaakt en wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzoekster zal de beroepsprocedure moeten afwachten. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.