ECLI:NL:RBDHA:2023:11930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.16469
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit machtiging tot voorlopig verblijf

Eiseres diende op 18 juli 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiseres de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 februari 2023 in gebreke. Vervolgens stelde zij op 8 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep op 15 mei 2023 gegrond en gaf de verweerder een termijn van twintig weken om een besluit te nemen.

Eiseres stelde op 5 juni 2023 een nieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank overwoog dat op dat moment de door haar opgelegde termijn nog niet was verstreken, zodat verweerder nog niet in gebreke was. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuursrechterlijke termijn nog niet was verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16469

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J. Eliya),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 18 juli 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Bij brief van 10 februari 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Vervolgens heeft eiseres op 8 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft dit beroep op 15 mei 2023 gegrond verklaard (zaaknummer: NL23.7029) en verweerder opgedragen binnen twintig weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit op de aanvraag te nemen.
Eiseres heeft vervolgens op 5 juni 2023 onderhavig beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Bij eerdergenoemde uitspraak van 15 mei 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het door eiseres ingestelde beroep gegrond verklaard en verweerder daarbij opgedragen binnen twintig weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag bekend te maken. De uitspraak is op 16 mei 2023 (digitaal) bekend gemaakt.
5. Op het moment dat het beroepschrift werd ingediend, namelijk op 5 juni 2023, was de door de rechtbank op op 15 mei 2023 opgelegde termijn nog niet verstreken. Verweerder was derhalve nog niet in gebreke te beslissen op de aanvraag van eiseres. Aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is daarmee niet voldaan.
6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is aan partijen verzonden op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.