ECLI:NL:RBDHA:2023:12016
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. De reden hiervoor was dat Oostenrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.17518), een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.