ECLI:NL:RBDHA:2023:12141
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin haar beroep op niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd afgewezen wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling. Na de eerdere uitspraak heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen waarbij de mvv-aanvraag werd ingewilligd.
De rechtbank heeft beoordeeld of er redelijke twijfel bestaat over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Opposante stelde dat de ingebrekestelling niet op 27 maar op 29 januari 2023 was ingediend, wat zij ondersteunde met een schermafbeelding en verwijzing naar het verweerschrift van de staatssecretaris. De rechtbank oordeelde dat deze gegevens onvoldoende zijn om het eerdere oordeel te wijzigen, mede omdat de staatssecretaris zelf niet eenduidig is over de datum.
Daarom blijft de eerdere uitspraak in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de eerdere uitspraak wordt ongegrond verklaard en blijft in stand.