ECLI:NL:RBDHA:2023:12251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat op 17 februari 2023 is aanvaard.
Eiser stelde dat het besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de staatssecretaris onvoldoende is ingegaan op zijn bezwaren, waaronder een brief met bijlagen die niet zijn betrokken bij het besluit. De rechtbank oordeelde echter dat het besluit zorgvuldig is genomen en dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom Frankrijk verantwoordelijk is en waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is.
De rechtbank overwoog dat het aan eiser is om te onderbouwen dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden aangenomen, hetgeen niet is gelukt. De verklaringen van eiser over zijn ervaringen in Frankrijk en de algemene informatie over de opvang en asielprocedure in Frankrijk leiden niet tot de conclusie dat sprake is van structurele tekortkomingen die een schending van artikel 4 van Pro het EU-Handvest opleveren.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor blijft het besluit in stand en mag eiser worden overgedragen aan Frankrijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.