ECLI:NL:RBDHA:2023:12282
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen feitelijke overdracht aan Duitsland op grond van de Dublinverordening en verzocht om een voorlopige voorziening om deze overdracht uit te stellen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het bezwaar geen schorsende werking heeft en dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de rechtmatigheid van de overdracht in twijfel kunnen trekken. Hoewel verzoeker psychische klachten heeft, is niet gebleken dat zijn situatie sinds de eerdere uitspraak van de rechtbank op 26 juni 2023 is verslechterd of dat de overdracht een reëel en bewezen risico op ernstige gezondheidsschade oplevert.
Verder is geoordeeld dat verzoeker voldoende rechtsbescherming heeft genoten, aangezien hij tegen het overdrachtsbesluit beroep heeft ingesteld en hiertegen een uitspraak is gedaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Duitsland wordt afgewezen.