Uitspraak
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres(gemachtigde: G. Gieben),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, doet aan het hier boven gegeven oordeel niet af. Verweerder heeft in de matrix het vergelijkingsobject [adres] [nummer 5] gebruikt, maar daaruit volgt niet dat de waarde van de woning te hoog is vastgesteld. Uit de andere door eiseres aangevoerde objecten [adres] [nummer 3] en [nummer 4] kan niet worden afgeleid dat de waarde van de woning te hoog is vastgesteld, reeds nu eiseres de overeenkomsten met de woning heeft beperkt tot de twee objectkenmerken inhoud en perceeloppervlakte. De gronden van eiseres richten zich voornamelijk op het niet inzichtelijk maken van de WOZ-waarde door verweerder hetgeen zou moeten leiden tot een lagere WOZ-waarde. Dat en met name in hoeverre sprake zou moeten zijn van een waardedrukkende effect is door eiseres niet aannemelijk gemaakt. De daartoe aangedragen stellingen zijn daarvoor, mede gelet op de toelichting en onderbouwing van verweerder, ontoereikend. Het staat verweerder bovendien vrij om in beroep de waarde anders te onderbouwen en met een andere matrix dan hij in een eerdere fase heeft gedaan. De rechtbank volgt eiseres evenmin in haar stelling dat verweerder is uitgegaan van onjuiste inhoudsgegevens van de woning. Eiseres baseert die opvatting onder meer op de bij het verweerschrift gevoegde Vastgoedrapport Woningen van iWOZ (iWOZrapportage). Dit betreft echter marktinformatie afkomstig uit de verkoopadvertenties van makelaars die de inhoud op andere wijze vaststellen. Die informatie is dan ook niet bepalend. De verwijzing naar de webapplicatie Woningweter, waarvoor eiseres niet heeft toegelicht hoe de daarin bepaalde inhoud wordt vastgesteld maar enkel heeft gesteld dat de betrouwbaarheid blijkens de website 97% zou zijn, is daartoe ook onvoldoende. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding de verklaring van verweerder dat de woning aan de hand van bouwtekeningen, die ook zijn bijgevoegd, opnieuw is ingemeten en daaruit een inhoud van 288 kubieke meter volgt, in twijfel te trekken. De stelling van eiseres dat verweerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt tegen welke waarde de bijgebouwen zijn gewaardeerd faalt, nu dit uit de matrix volgt.
Eiseres heeft verder nog aangevoerd dat verweerder in het bezwaarschrift is verzocht om op grond van artikel 40 van Pro de Wet WOZ de grondstaffel en de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren van de woning over te leggen en dat dit ten onrechte niet is gebeurd. In de bezwaarfase geldt artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), op grond waarvan verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen ter inzage dient te leggen voor eiseres gedurende ten minste een week. Artikel 7:4, tweede lid, van de Awb brengt geen verplichting mee voor verweerder om de op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de hoorzitting aan eiseres te verstrekken. Verweerder heeft eiseres per email gewezen op de mogelijkheid tot inzage. Eiseres heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt, maar is wel gehoord. Uit artikel 40 van Pro de Wet WOZ volgt geen verplichting de stukken waar eiseres tijdens de bezwaarfase om heeft verzocht voorafgaand aan het horen toe te zenden. De wetgever heeft met artikel 7:4, vierde lid, van de Awb reeds een voorziening getroffen voor deze situatie. Afschriften van op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen immers tegen vergoeding worden verkregen door eiseres. Ook artikel 7:4, vierde lid, van de Awb verplicht verweerder niet tot toezending van die stukken. De door eiseres bepleite toezendplicht kan ook niet worden afgeleid uit artikel 6:17 van Pro de Awb.