ECLI:NL:GHDHA:2024:1987
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging
De Heffingsambtenaar stelde de waarde van een woning vast en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde [Y], beweerdelijk namens belanghebbende, hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het hoger beroep en stelde vast dat [Y] geen recente schriftelijke machtiging had overgelegd die bevestigt dat zij bevoegd is om belanghebbende te vertegenwoordigen. De enige overgelegde machtiging dateerde van ruim twee jaar eerder en was algemeen van aard. Het Hof verzocht herhaaldelijk om een recente, specifieke machtiging, maar deze werd niet verstrekt.
Gezien het ontbreken van een recente machtiging en de mogelijkheid dat de eerder verleende volmacht was beëindigd, achtte het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het Hof ging daarom niet in op de inhoudelijke geschilpunten over de WOZ-waarde en de toezendplicht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.