ECLI:NL:RBDHA:2023:12322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen gedeeltelijke afwijzing studiefinanciering voor migrerend werknemer
Eiser heeft studiefinanciering aangevraagd voor de gehele periode van januari tot en met december 2023. Verweerder kende studiefinanciering toe voor januari tot en met juli 2023, maar wees de aanvraag voor de resterende periode af vanwege het niet voldoen aan de nationaliteitseis.
Eiser voerde aan migrerend werknemer te zijn en stelde dat studiefinanciering ook voor augustus tot en met december 2023 toegekend had moeten worden. Hij overhandigde een nul-urencontract en werkzaamheden bij TU Delft als bewijs. Tevens stelde hij dat de beperkte toekenning in strijd is met het Unierecht en subsidiariteitsbeginsel.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin het beleid van verweerder werd goedgekeurd en het belang van periodieke controle werd erkend. De rechtbank acht het bewijs onvoldoende om de studiefinanciering voor de tweede helft van 2023 toe te kennen en wijst het beroep af.
Ook het argument dat eiser op grond van artikel 7 van Pro Richtlijn 2004/38/EG zijn werknemerstatus zou behouden, faalt omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als werkzoekende staat ingeschreven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke afwijzing van studiefinanciering voor augustus tot en met december 2023 blijft in stand.