ECLI:NL:CRVB:2023:699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurige studiefinanciering aan migrerende werknemer
Appellant, een Roemeense migrerende werknemer en student, verzocht om studiefinanciering in de vorm van een aanvullende beurs en reisvoorziening voor meerdere periodes in 2019 en 2020. De minister kende studiefinanciering toe voor kortere periodes, gebaseerd op de looptijd van arbeidsovereenkomsten. Appellant stelde dat deze systematiek in strijd is met het EU-recht en het discriminatieverbod, omdat het leidt tot kortdurige toekenningen en administratieve lasten.
De rechtbanken verklaarden het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen sprake is van vergelijkbare gevallen met Nederlandse studenten en dat de minister gerechtigd is om studiefinanciering op basis van werknemerschap toe te kennen. De Centrale Raad van Beroep voegde hieraan toe dat het systeem van toekenning voor periodes van maximaal zes maanden passend is, tenzij de arbeidsovereenkomst korter duurt, en dat een langere toekenning niet noodzakelijk is.
De Raad verwierp het betoog van appellant over indirecte discriminatie en onredelijke administratieve lasten. Ook oordeelde de Raad dat de minister bevoegd is om met voortvarendheid het werknemerschap te toetsen alvorens studiefinanciering toe te kennen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en de bestreden besluiten worden bevestigd.