ECLI:NL:RBDHA:2023:12470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen afgewezen
De werknemer trad in december 2018 in dienst bij Op-zeker B.V. en kreeg meerdere officiële waarschuwingen vanwege werkhouding en inzet. In 2021 raakte hij arbeidsongeschikt door een arbeidsongeval en volgde een periode van ziekte en re-integratie.
Vanaf april 2022 meldde de werknemer zich ziek. Hij verscheen niet op afspraken bij de bedrijfsarts in september en oktober 2022, ondanks oproepen van de werkgever. Op-zeker schortte daarop het loon op en sprak in december 2022 ontslag op staande voet uit wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen en het niet bereikbaar zijn.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij niet alle oproepen had ontvangen en dat zijn broer contact had gezocht met de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat het niet nakomen van re-integratieverplichtingen geen dringende reden is voor ontslag op staande voet, mede omdat de loonbetaling reeds was opgeschort. Tevens ontbrak een deskundigenoordeel van het UWV, noodzakelijk voor ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Het ontslag op staande voet werd vernietigd, het verzoek tot loonbetaling afgewezen omdat de loonopschorting terecht was, en het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd eveneens afgewezen. Op-zeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en het verzoek tot loonbetaling en ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.