ECLI:NL:RBDHA:2023:12492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Russische nationaliteit, diende op 1 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublinverordening. Eiser had eerder in Duitsland een asielverzoek ingediend en ingetrokken, waarna hij werd aangemaand het grondgebied van de lidstaten te verlaten.
De staatssecretaris vroeg Duitsland om terugname van eiser, maar Duitsland wees dit aanvankelijk af op grond van artikel 19, tweede lid, van de Dublinverordening, omdat eiser het grondgebied van de lidstaten naar hun zeggen drie maanden had verlaten. Na een verzoek om heroverweging stemde Duitsland alsnog in met terugname.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvolledig had gehandeld en dat hij aannemelijk had gemaakt dat hij in Oekraïne verbleef, onder meer met een huurovereenkomst. De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst onvoldoende bewijs vormde en dat eiser geen andere overtuigende bewijzen overlegde. Ook het beroep op de werkinstructie 2022/17 en artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris de asielaanvraag niet hoefde te behandelen en eiser mocht overdragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de asielaanvraag hoeft niet in behandeling te worden genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.