ECLI:NL:RBDHA:2023:12521
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een persoon van Senegalese nationaliteit, had op 22 maart 2022 een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 27 juli 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 augustus 2023.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.21794) heeft de rechtbank uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk werd geacht. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.