ECLI:NL:RBDHA:2023:12557

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
NL22.25891
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag biseksualiteit Nigeria terecht kennelijk ongegrond

Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in op grond van zijn biseksualiteit. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 16 december 2022 af als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat zijn biseksualiteit onvoldoende werd erkend en dat de besluitvorming onzorgvuldig was, mede vanwege het ontbreken van een lhbti-coördinator en onvoldoende inhoudelijke reactie op zijn bewijs.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig en op goede gronden had genomen. De ingebrachte bewijsstukken, waaronder een brief van een organisatie waar eiser vrijwilligerswerk verricht en een onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support, waren onvoldoende om de biseksualiteit aannemelijk te maken. De brief was een steunbetuiging en het rapport werd niet als deskundigenrapport erkend.

Daarnaast was eiser niet in gebreke gebleven om relevante relaties te noemen en was zijn deelname aan lhbti-activiteiten onvoldoende om identiteitsgroei aan te tonen. De bedreigingen op Facebook werden niet als actueel gevaar gezien. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en dat ook het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod rechtmatig waren.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van biseksualiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.25891

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. H.A.W. Oude Lenferink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . Hij heeft op 4 december 2021 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 16 december 2022 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1
De rechtbank heeft het beroep op 21 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de heer A.T.G.A. Kortekaas als medegemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris de opvolgende asielaanvraag terecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
2.1
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris deugdelijk gemotiveerd en op goede gronden het besluit genomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Reden asielaanvraag
3. Eiser stelt dat de staatssecretaris in de eerste asielprocedure ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht dat hij biseksueel is. Eiser heeft nu ter onderbouwing van zijn biseksualiteit een brief van [organisatie] van 2 november 2021 en een onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support van 1 december 2021 overgelegd. Hij stelt dat hij vanwege zijn biseksualiteit niet kan terugkeren naar Nigeria.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. eiser is biseksueel.
4.1
De staatssecretaris vindt dat eiser met de overgelegde stukken en zijn toelichting nog altijd niet geloofwaardig heeft gemaakt dat hij biseksueel is. De staatssecretaris concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat het een opvolgende aanvraag betreft die niet overeenkomstig artikel 30a, eerste lid, onderdeel d of e, niet-ontvankelijk is verklaard.
Beroepsgronden
5. Eiser vindt dat de staatssecretaris het besluit niet met de benodigde zorgvuldigheid heeft genomen. Hij is kort gehoord, waarbij er niet is ingehaakt op zijn antwoorden en er geen nadere vragen zijn gesteld naar aanleiding van zijn antwoorden. Vervolgens is kort na het gehoor opvolgende aanvraag al een voornemen uitgebracht. Het gehoor, het voornemen en het besluit zijn door dezelfde medewerker gedaan, waardoor er geen sprake lijkt van een objectieve besluitvorming. Ook is er ten onrechte geen lhbti-coördinator bij de beoordeling betrokken.
5.1
Voorts vindt eiser dat de staatssecretaris niet afdoende inhoudelijk heeft gereageerd op wat hij heeft ingebracht. Hij heeft door middel van de ingebrachte bewijsmiddelen zijn biseksualiteit alsnog aannemelijk willen maken. Eiser is actief betrokken bij lhbti-organisaties en ook bij belangenorganisaties, dit in verband met zijn geaardheid, maar ook omdat eiser grote waarde hecht aan het opkomen voor de belangen van de lhbti’s. Om die reden heeft eiser onder meer deelgenomen aan demonstraties. Daarnaast is er volgens eiser sprake van toegedichte biseksualiteit dan wel homoseksualiteit en is eiser bedreigd. Ook dit is voor eiser een reden om te vrezen bij terugkeer en om opnieuw asiel aan te vragen. Deze relevante elementen heeft de staatssecretaris volgens eiser onvoldoende onderkend en de staatssecretaris is hier onvoldoende op ingegaan in de besluitvorming.
5.2
Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris volgens eiser onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Hierdoor moet ook geconcludeerd worden dat eiser ten onrechte een vertrektermijn is onthouden en hem ten onrechte een inreisverbod is opgelegd.
Beoordeling rechtbank
Zorgvuldigheid besluitvorming
6. Naar het oordeel van de rechtbank is van een onzorgvuldige besluitvorming geen sprake. Uit het rapport van gehoor opvolgende aanvraag is niet gebleken dat eiser onvoldoende vragen zijn gesteld en dat hij onvoldoende in de gelegenheid is geweest om te verklaren. Voorts volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat er geen wettelijke bepaling is die inhoudt dat het in asielzaken niet is toegestaan dat één en dezelfde medewerker het voornemen uitbrengt en het besluit neemt (ECLI:NL:RVS:2019:2987). In Werkinstructie 2019/17 van de staatssecretaris staat dat een lhbti-coördinator moet worden geraadpleegd voor een besluit wordt genomen. Ter zitting heeft de gemachtigde van de staatssecretaris bevestigd dat dit is gebeurd en zij heeft een afdruk van een intern stuk daarover laten zien. De rechtbank ziet geen reden daaraan te twijfelen, in aanmerking genomen dat eiser geen concrete aanwijzingen van het tegendeel heeft aangedragen.
Nieuw ingebrachte elementen
7. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de in deze procedure ingebrachte elementen niet eisers gestelde biseksualiteit alsnog aannemelijk kunnen maken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Brief [organisatie]
7.1
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn gestelde biseksualiteit een brief van [organisatie] overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze brief eisers gestelde biseksualiteit niet alsnog aannemelijk kan maken. De brief is geschreven door één of meerdere medewerker(s) van de organisatie waar eiser vrijwilligerswerk verricht en daarmee niet afkomstig van een objectieve derde. Ook bevat de brief geen feitelijke informatie, maar is de brief enkel een steunbetuiging aan eiser. De staatssecretaris heeft die terecht onvoldoende geacht om alsnog eisers gestelde biseksualiteit geloofwaardig te achten.
Onderzoeksrapport LGBT Asylum Support
7.2
Voorts heeft eiser ter onderbouwing van zijn gestelde biseksualiteit een onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support overgelegd. Anders dan eiser stelt en met de staatssecretaris is de rechtbank van oordeel dat de inhoud van dit onderzoeksrapport niet als een deskundigenrapport kan worden aangemerkt. Dat de organisatie veel lhbti-asielzoekers in Nederland ondersteunt en daarom veel zaken heeft gezien, is niet voldoende. LGBT Asylum Support is een belangenorganisatie. Naar het oordeel van de rechtbank kan het onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support wel in de beoordeling worden meegenomen als een verklaring van een derde.
7.3
Een verklaring van een derde kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde biseksualiteit, maar laat onverlet dat het in de eerste plaats aan eiser is om overtuigende verklaringen af te leggen over zijn seksuele geaardheid. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat met eisers verklaringen en het onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support eisers gestelde biseksualiteit nog altijd niet aannemelijk is geworden.
[naam 2]
7.4
De staatssecretaris heeft bij zijn standpunt dat eiser zijn gestelde biseksualiteit nog altijd niet aannemelijk heeft gemaakt, kunnen betrekken dat eiser in de gehoren in de eerste asielprocedure niet over [naam 2] heeft verklaard, terwijl uit de bij het onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support gevoegde verklaring van [naam 2] en uit eisers verklaringen blijkt dat zij toen al wel contact hadden. Eisers stelling, zoals beschreven in het onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support, dat hij niet de kans heeft gekregen om over [naam 2] te verklaren heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de rechtbank terecht niet gevolgd. Eiser is immers gevraagd of hij een relatie heeft en met wie hij een relatie heeft. Hij heeft in het eerste gehoor verklaard dat hij een vriendin heeft. In het nader gehoor heeft hij verklaard dat zijn laatste homoseksuele relatie met [naam 3] was. Uit de rapporten van de gehoren blijkt niet dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld over [naam 2] te praten. Ook heeft hij geen correcties en aanvullingen op de gehoren hierover naar voren gebracht. Eisers verklaring dat er eerst alleen sprake was van een seksueel contact en pas later van een relatie met [naam 2] heeft de staatssecretaris onvoldoende kunnen achten voor het niet noemen van [naam 2] . Van eiser had mogen worden verwacht dat hij hem zou noemen ter onderbouwing van zijn gestelde biseksualiteit.
Activiteiten en identiteitsgroei
7.5
Wat betreft eisers deelname aan Roze Zaterdag en aan andere bijeenkomsten en zijn coming out op Facebook overweegt de rechtbank als volgt. De staatssecretaris heeft er naar het oordeel van de rechtbank op mogen wijzen dat deelname aan de bijeenkomsten, waaraan iedereen ongeacht seksuele geaardheid kan deelnemen, nog niets zegt over iemands seksuele geaardheid. Voorts overweegt de rechtbank dat zij met eiser niet inziet hoe eiser zijn beweegredenen voor zijn activiteiten persoonlijker had kunnen maken in zijn verklaringen in het gehoor opvolgende aanvraag, en ook de gemachtigde van de staatssecretaris heeft ter zitting niet kunnen uitleggen hoe eiser dit had moeten doen. Met de staatssecretaris is de rechtbank echter van oordeel dat uit eisers activiteiten onvoldoende blijkt dat sprake is van een identiteitsgroei. Eiser is in mei 2019 naar Nederland gekomen en hij heeft hier al een asielprocedure doorlopen. Hij heeft met zijn verklaringen niet duidelijk gemaakt dat hij zich nu, kennelijk anders dan ten tijde van de eerste procedure, vrij voelt, zich durft te uiten, deelneemt aan bijeenkomsten en dit bekendmaakt op Facebook en waarom dit ten tijde van de eerste asielprocedure niet zo was. De rechtbank overweegt voorts dat blijkens het rapport van het gehoor opvolgende aanvraag eiser voldoende vragen zijn gesteld en dat hij ruimte heeft gehad om over zijn gestelde identiteitsgroei te verklaren. De verwijzing van eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 21 juni 2022 (ECLI:NL:RBGEL:2022:3135) slaagt niet. In de zaak die heeft geleid tot die uitspraak had de staatssecretaris de verklaringen en de ingebrachte stukken afzonderlijk beoordeeld, terwijl de staatssecretaris bij eiser de verklaringen en ingebrachte documenten in onderling verband en samenhang heeft beoordeeld en hier uitgebreid op is ingegaan.
Bedreigingen en toegedichte bi- of homoseksualiteit
7.6
Voor zover eiser heeft gesteld dat uit de bedreigingen op Facebook blijkt dat hij door zijn uitingen bij terugkeer naar Nigeria heeft te vrezen omdat zijn biseksualiteit bekend is geworden, overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft verklaard dat de berichten op Facebook zijn geplaatst nadat hij had deelgenomen aan Roze Zaterdag. Volgens LGBT Asylum Support vond deze bijeenkomst plaats op 16 oktober 2021. Eiser heeft verklaard de schrijvers van de berichten te hebben geblokkeerd en zijn Facebook alleen nog benaderbaar te hebben gemaakt voor mensen die hij in zijn netwerk heeft toegelaten. Eiser heeft sindsdien geen nieuwe bedreigingen ontvangen. Eiser koppelt de berichten aan een toegedichte bi- of homoseksualiteit. Gelet op het tijdsverloop sinds de berichten op Facebook en omdat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt dat in Nigeria zijn toegedichte bi- of homoseksualiteit bekend is geworden, heeft de staatssecretaris zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat eiser als gevolg van de berichten op Facebook een actueel en daadwerkelijk gevaar loopt bij terugkeer naar Nigeria. Hierbij mag de staatssecretaris gelet op de ongeloofwaardig geachte biseksualiteit van eiser terughoudendheid in het deelnemen aan demonstraties in zijn land van herkomst verwachten.

Conclusie en gevolgen

8. De staatssecretaris heeft gelet op het bovenstaande de asielaanvraag van eiser op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat dit een opvolgende asielaanvraag is die inhoudelijk is behandeld. De beroepsgronden tegen de afwijzing slagen niet. Dit heeft tot gevolg dat ook eisers beroepsgrond tegen het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod niet slaagt.
8.1
Het beroep is ongegrond.
8.2
De staatssecretaris hoeft eiser geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.