ECLI:NL:RVS:2019:2987
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en nieuw besluit vereist
De vreemdeling uit Burundi, een oppositioneel journalist, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek op 9 mei 2018 af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in strijd met het vierogenbeginsel heeft gehandeld door het voornemen en het besluit door dezelfde medewerker te laten nemen, maar dat dit niet per definitie leidt tot onzorgvuldigheid in asielzaken. Wel stelde de Raad vast dat de staatssecretaris zijn standpunt over de risicogroep en de geloofwaardigheid van de journalist pas ter zitting wijzigde, waardoor de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had om te reageren.
Daarom had de staatssecretaris een nieuw voornemen moeten uitbrengen, wat niet is gebeurd. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en bepaalt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen na een nieuw voornemen, met inachtneming van de mogelijkheid voor de vreemdeling om te reageren. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen na een nieuw voornemen.