Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de mate van zijn arbeidsongeschiktheid per 8 juli 2021 werd vastgesteld op 67,56%, terwijl hij aanvankelijk een WIA-uitkering op 100% ontving. De rechtbank heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek beoordeeld, waaronder rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, en de door eiser overgelegde medische informatie.
De rechtbank concludeert dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de medische belastbaarheid van eiser op overtuigende wijze is vastgesteld. De door eiser aangevoerde psychische en lichamelijke klachten, waaronder depressie, paniekstoornis en PTSS, zijn meegewogen, maar leiden niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de geschiktheid van de geduide functies worden niet in twijfel getrokken.
Gezien het ontbreken van nieuwe medische informatie en de objectieve medische onderbouwing van de beperkingen, ziet de rechtbank geen reden om het besluit van het UWV te wijzigen of een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot 67,56% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.