ECLI:NL:CRVB:2024:1510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering bij 67,56% arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting appellant
Appellant, voormalig behandelfunctionaris bij de Belastingdienst, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV een arbeidsongeschiktheidspercentage van 67,56% vast en kende op die grond een uitkering toe. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn situatie verslechterd was en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische belastbaarheid overtuigend was vastgesteld en dat appellant geen nieuwe medische informatie had aangeleverd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat de subjectieve beleving van appellant niet doorslaggevend is bij de beoordeling van medisch objectiveerbare beperkingen.
De Raad concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies geschikt waren. Het hoger beroep werd afgewezen en de toekenning van de WIA-uitkering bleef in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WIA-uitkering van 67,56% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep van appellant af.