Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de burgemeester van Delft, verweerder
(gemachtigde: E. Lichtenveldt)
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 11 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de sluiting van zijn woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In de woning werden op 29 maart 2022 handelshoeveelheden drugs en gerelateerde goederen aangetroffen, waaronder cocaïne, XTC en hennep, evenals een dealertelefoon en munitiepatronen. De woning ligt in een kwetsbare wijk en er was sprake van een loop naar het pand.
Eiser voerde aan dat de sluiting disproportioneel en onevenredig was, mede vanwege het toezicht van de reclassering en jeugdbeschermer, het ontbreken van recente overlast, en de ongeschiktheid van de aangeboden vervangende woonruimte voor zijn drie minderjarige dochters. Verweerder stelde dat de sluiting noodzakelijk was om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen en dat passende vervangende woonruimte was geboden.
De rechtbank oordeelde dat de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en de loop naar de woning een ernstig geval vormden dat een sluiting rechtvaardigde. De sluiting was noodzakelijk om verdere overlast te voorkomen en het drugscircuit te doorbreken. De evenredigheid werd bevestigd omdat vervangende woonruimte beschikbaar was en de situatie van de kinderen voldoende werd gewaarborgd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de zes maanden durende woningsluiting wegens handel in drugs wordt ongegrond verklaard.