ECLI:NL:RBDHA:2023:12627
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres diende op 27 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde de staatssecretaris op 30 mei 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en stelde op 19 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen. De staatssecretaris had de beslistermijn rechtsgeldig verlengd met negen maanden vanwege de situatie op 27 september 2022, zoals bevestigd in een eerdere uitspraak van de rechtbank.
Hierdoor eindigt de beslistermijn op 27 februari 2024, waardoor de ingebrekestelling van 30 mei 2023 prematuur was. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro en is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.