ECLI:NL:RBDHA:2023:12659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Eiser diende op 21 september 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na afwijzing van de aanvraag op 24 juni 2021 ging eiser in beroep. De rechtbank oordeelde in december 2021 dat het beroep gegrond was en verweerder een nieuw besluit moest nemen. Omdat verweerder niet tijdig besliste, stelde eiser hem in gebreke en startte een procedure tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde een dwangsom vast voor iedere dag dat de beslistermijn werd overschreden.
Eiser stelde opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit, waarna verweerder op 30 januari 2023 alsnog een besluit nam. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat de rechterlijke dwangsom nog niet was volgelopen bij indiening van het beroep. De rechtbank volgde dit niet en oordeelde dat er procesbelang was op het moment dat de dwangsom wel was volgelopen.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, omdat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 14 augustus 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan eiser.