ECLI:NL:RVS:2021:190
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bij uitblijven besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het was ingesteld voordat de maximale dwangsom wegens het uitblijven van een besluit was bereikt, conform een beleidslijn die na het instellen van het beroep bekend werd.
De rechtbank paste deze beleidslijn zonder overgangsrecht toe, wat nadelig was voor de vreemdeling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte deze beleidslijn zonder meer toepaste en niet heeft onderzocht of er redenen waren om hiervan af te wijken, met name gezien de overgangssituatie tussen oud en nieuw beleid.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Zij beveelt de staatssecretaris binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 bij niet-naleving. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 1.602.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.