Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 5 juli 2023. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna.
Eiser betwistte dat er zicht was op zijn uitzetting naar Marokko en stelde dat de uitzetting onvoldoende voortvarend werd voorbereid, mede vanwege onduidelijkheid over de naam op de laissez passer. De rechtbank oordeelde dat deze gronden falen omdat eiser inmiddels naar Marokko is uitgezet.
Verder stelde eiser dat het voortgangsrapport onvoldoende individuele belangenafweging bevatte, met name ten aanzien van zijn medische toestand en de vraag of een lichter middel dan bewaring mogelijk was. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze gronden reeds zijn beoordeeld en verworpen, en concludeert dat er geen nieuwe feiten zijn die een andere beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten tot het moment van opheffing en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.