Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2],V-nummer: [V-nummer],
[minderjarige 3], V-nummer: [V-nummer], samen; eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met Pakistaanse nationaliteit en christelijke achtergrond, deden een tweede aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel nadat hun eerste aanvraag was afgewezen. Zij stelden dat zij nu nieuwe elementen konden aanvoeren, waaronder discriminatie, bedreigingen door een wijkgenoot, een fatwa, en risico's voor hun minderjarige kinderen.
De rechtbank beoordeelde per element of er sprake was van relevante nieuwe feiten en of deze geloofwaardig waren. De rechtbank oordeelde dat de meeste nieuwe verklaringen onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig waren, mede vanwege tegenstrijdigheden en het late tijdstip van inbrengen. De vermeende fatwa en documenten werden door Bureau Documenten onderzocht en konden niet op echtheid worden vastgesteld.
Daarnaast werd geoordeeld dat de ervaren discriminatie niet zodanig was dat sprake was van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook de risico's voor de dochter en medische situatie van de zoon werden onvoldoende concreet onderbouwd. Het beroep en verzoek om voorlopige voorziening werden ongegrond verklaard, en eisers kregen een inreisverbod opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen een inreisverbod opgelegd.