Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 27 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarbij heeft verweerder aan eiser geen verblijfsvergunning regulier verstrekt en evenmin uitstel van vertrek.
- Identiteit, nationaliteit en herkomst
- Problemen met Arabieren vanwege behoren tot de Burgo stam
‘Voorheen was in het landenbeleid Sudan ook opgenomen dat vreemdelingen die behoren tot niet-Arabische bevolkingsgroepen afkomstig uit het Nuba-gebergte of Darfur en die daar voorafgaande aan hun komst naar Nederland hun normale woonplaats hadden, in ieder geval worden aangemerkt als vermeend aanhanger van een gewapende oppositiegroep. Uit het ambtsbericht blijkt dat de situatie voor niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Zuid-Kordofan (waar het Nuba-gebergte onder valt) en Darfur onverminderd zorgelijk is gebleven en dat zij, in Zuid-Kordofan en Darfur, nog altijd te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van verschillende actoren. Echter blijkt uit het ambtsbericht niet langer dat dit is gekoppeld aan het zijn van een (vermeende) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep.’ [..] ‘Wel blijft overeind dat zij vanwege hun niet-Arabische etniciteit risico lopen op vervolging.’Verweerder heeft toegelicht dat het betreffende ambtsbericht het ambtsbericht van maart 2021 is.
geringe indicatiesaannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
Beslissing
-verklaart het beroep gegrond;