ECLI:NL:RBDHA:2023:12805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek scholingsuitgaven buitenlandse student met verblijfsvergunning voor studie
Eiser, een Indiase student met een verblijfsvergunning voor het volgen van een universitaire masteropleiding in Nederland, betwistte de afwijzing door de Belastingdienst van zijn aftrek van scholingsuitgaven over 2018. Hij had voorafgaand aan zijn inschrijving een bedrag betaald aan de universiteit dat bestond uit collegegeld en leefgeld. De Belastingdienst weigerde deze scholingsuitgaven in aftrek te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de betaling van het bedrag als een depotstorting moet worden gezien die nodig was voor de aanvraag van de verblijfsvergunning. De daadwerkelijke verrekening van het collegegeld vond plaats rond de inschrijving, terwijl eiser toen binnenlands belastingplichtig was. De rechtbank sloot zich aan bij een recente uitspraak van het gerechtshof Den Haag die een vergelijkbare situatie behandelde.
Hierdoor heeft eiser recht op aftrek van het collegegeld, vastgesteld op € 15.325. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep staat open voor partijen.
Uitkomst: Eiser krijgt recht op aftrek van scholingsuitgaven van € 15.325 en de Belastingdienst wordt veroordeeld in proceskosten.