ECLI:NL:RBDHA:2023:12860
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens geldige beslistermijnverlenging
Eiser diende op 20 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 20 maart 2023 eindigen. Eiser stelde de staatssecretaris op 21 maart 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde op 11 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn met negen maanden mocht verlengen vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, zoals bevestigd in een eerdere uitspraak van 26 april 2023. Hierdoor was de beslistermijn nog niet verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
Omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.