ECLI:NL:RBDHA:2023:12889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens Armenië als veilig land van herkomst
Eiseres, afkomstig uit Armenië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling door haar echtgenoot en de bedreiging die voortvloeide uit de homoseksuele geaardheid van haar zoon. Zij stelde dat zij geen bescherming kon krijgen van de Armeense autoriteiten, mede omdat haar echtgenoot bij de politie werkt en eerdere meldingen van huiselijk geweld niet werden geregistreerd.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van Armenië als veilig land van herkomst. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich een zorgvuldig beeld had gevormd van de situatie in Armenië en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij in haar individuele geval geen effectieve bescherming kan krijgen.
De rechtbank benadrukte dat het algemene rechtsvermoeden geldt dat Armenië een veilig land is, en dat eiseres niet met voldoende bewijs heeft onderbouwd dat er voor haar een uitzondering geldt. Haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar steun aan haar homoseksuele zoon, werden weliswaar betrokken, maar onvoldoende onderbouwd om het rechtsvermoeden te doorbreken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om asiel af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens Armenië als veilig land van herkomst.