Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak,
gemachtigde: mr. R.J. Versteeg,
1.TOTALENERGIES POWER & GAS NEDERLAND B.V.,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
gemachtigde: mr. R. van Neck.
1.Procedure
2.Feiten
3.Het geschil
sui generis, zodat de kantonrechter niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.Beoordeling
een distributie serviceprovider en geen direct sales agentschap”. Anders dan Total, kent de kantonrechter aan die opmerking geen waarde toe. Immers, of sprake is van een agentuurovereenkomst hangt niet af van hoe partijen dit beoordelen of hoe zij zich naar buiten toe presenteren. Het hangt uitsluitend af van de vraag of is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt. Zoals uit het voorgaande blijkt, brengt een redelijke uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de in dat kader overeengekomen rechten en verplichtingen mee dat die voldoen aan de kenmerken van een agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW Pro. Dit betekent dat de kantonrechter, zo volgt uit artikel 93 sub c Rv Pro, bevoegd is om de zaak te beoordelen. De vordering in het incident zal dan ook worden afgewezen.
5.Beslissing
woensdag 11 oktober 2023 te 11:00 uurvoor conclusie van antwoord alsmede akte verhinderdata van partijen (alsmede die van hun gemachtigden) over de periode tot en met december 2023 en januari 2024;