ECLI:NL:RBDHA:2023:12977
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 december 2022 werd afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.827) op 24 mei 2023. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde en een tolk aanwezig, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris.
Bij de uitspraak van de hoofdzaak op 23 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep behandeld en uitspraak gedaan. Hierdoor achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.